Isolatie verhoeven
animated
Nieuws
 www.isolatieverhoeven.be - info@isolatieverhoeven.be - Tel. (016) 65 05 05 - Fax (016) 65 70 50
NL - FR 

De mening van de overheid : van K55-norm naar EPB-regelgeving ...

De oude isolatienorm K55 : waarom is deze ontstaan ?

Isoleren was al bij wet verplicht sedert 1 oktober 1992, volgens het isolatiedecreet (K55-norm) van het Vlaamse Gewest.
Deze K55-norm was een norm die het globale peil van warmte-isolatie van een gebouw bepaalde.
Een K-waarde is een maat voor de warmteverliezen die via transmissie door de buitenomhulling van het gebouw (muren, dak, vloer, deuren en ramen) plaatsvinden.
Deze vroegere reglementering eiste dat een bepaald globaal isolatiepeil werd bereikt, of met andere woorden dat het K-peil van het gebouw een bepaalde waarde (0,55 W/m²K) niet overschreed.

Voor nieuwbouw werd initieel een globaal isolatiepeil van K65 opgelegd. Deze eis werd in september 1993 verstrengd tot een K55-peil.
De vroegere isolatienorm K55 was enkel van toepassing voor woongebouwen en was gekoppeld aan de voorwaarden tot het bekomen van een bouwvergunning.
Het bewijs van conformiteit werd aangetoond aan de hand van een door de architect en de bouwheer ondertekende verklaring die deel uitmaakte van het dossier van aanvraag om bouwvergunning : het isolatieformulier.
Het niet naleven van deze norm (lees : niet behalen van de nodige isolatiewaarde in de praktijk) was een inbreuk op de bouwwetgeving !
Uit steekproeven (en gebrek aan controles) bleek echter dat deze isolatienorm onvoldoende werd nageleefd.

Opmerkelijk ook dat het "Vlaamse isolatiereglement" niet van toepassing was op kantoor- en schoolgebouwen.

Eisen van het vroegere isolatiedecreet (K55-norm) ...

Maximale k-waarden (W/m²K) nieuwbouw :

(*) Een hogere k-waarde is enkel toegelaten indien ze kleiner is dan 1 W/m²K en bovendien aangetoond kan worden dat er geen condensatieproblemen zullen ontstaan.


Maximale k-waarden (W/m²K) nieuwbouw

Maximale k-waarden (W/m²K) vernieuwbouw :

(*) Met inbegrip van koudebruggen. Enkel voor verbouwde wanden.


Maximale k-waarden (W/m²K) vernieuwbouw

Hoe je een K-waarde berekent lees je in onze "F.A.Q."

Vaststellingen anno 1999 : Beleidsbrief energie 1998 ...

Per legislatuur wordt er een beleidsbrief energie opgesteld en een energie-enquête gehouden. Al bij al een uitgebreid dossier van 80 pagina’s dat bulkt van technische begrippen. Wij maakten voor u een samenvatting van de meest opmerkelijke feiten in onderstaande tekst.
Zo stelt men proefondervindelijk vast dat slechts 9% van de (nieuwbouw)woningen voldoen aan de K55-norm. Men zou tot 41% woningen komen als alleen al de vloerisolatie zou toegepast worden zoals het hoort !
Wij kunnen ons volledig terugvinden in de conclusies die men trekt uit het verleden. Het dossier dateert van 1998, maar de krachtlijnen gelden nog steeds. We zouden al een stap dichter staan bij een energiezuinige woning als elke partij in het bouwgebeuren hiermee in de toekomst rekening zou houden.

U kan deze integrale tekst van de "Beleidsbrief ENERGIE 1998", neergelegd door Eric Van Rompuy (toenmalig Vlaams minister van Economie, KMO, Landbouw en Media) terugvinden op de site van de federale overheid www.fgov.be.

Begin van de ommekeer : controles op de behaalde isolatiewaarden in de praktijk door de overheid en boetes

Dat deze toestand stilaan zal veranderen wordt in de media stilaan duidelijk gemaakt.
Zo zal men binnenkort controles van de overheid kunnen krijgen waarbij het isolatiepeil wordt nagemeten, en zal er bij een inbreuk ook beboet worden !
Een en ander mocht blijken in 1999 uit telefoontjes van mensen die een contolerend ambtenaar over de vloer kregen tijdens de nieuwbouwwerken. Zij waren net als ons verrast en dienden in laatste instantie nog op zoek te gaan naar een mogelijke oplossing voor het behalen van voldoende isolatiewaarden.
Ook in 2003 werd een artikel de wereld ingestuurd op www.livios.be waarin werd vermeld dat er controleambtenaren over een toestel beschikten om in een bestaande woning het isolatiepeil van de dakisolatie na te meten.
De toekomst zal uitwijzen welke vaart het zal lopen, maar één ding is duidelijk : er zal strenger op worden toegezien dat men afdoende isoleert !
Het groeiend milieubewustzijn bij de bevolking en de overtuiging dat energie besparen de beste belegging voor de toekomst is, verhogen de vraag naar isolatie. Ondanks de slabakkende economie zit onze isolatieactiviteit nog altijd in de lift.

Steunmaatregelen sedert 2003 : Aanmoedigingspremies voor energiebesparende maatregelen ...

Dat de overheid niet alleen beboet maar ook aanmoedigt onder de vorm van premies, zal de meeste mensen als muziek in de oren klinken.
Het is echter opletten geblazen dat u aan alle voorwaarden voldoet om te kunnen genieten van de fiscale voordelen die men beloofde.
Via de hervorming van de personenbelasting in 2003 is het nu mogelijk om investeringen in energiebesparende maatregelen deels af te trekken van uw belastingen.
Ook de energieleverende maatschappijen (elektriciteit, gas, ...) dienen per jaar een bepaald bedrag aan premies uit te delen aan particulieren om energiebesparende maatregelen te sponsoren.
Eén en ander wordt uitgelegd in onze F.A.Q.
Ook de websites van energieleveranciers en de overheid bulken momenteel van informatie over deze initiatieven.

Anno 2004 : Vastgestelde problemen bij de uitvoering van de isolatiereglementering.

  • Bij een perfect uitgevoerde en aangebrachte isolatie is een K-peil van 40 haalbaar zonder al te veel van de traditionele bouwmethoden af te wijken.
  • In de praktijk blijkt dat een groot deel van zelfs de meest recente nieuwbouwwoningen niet aan een K55-peil voldoen. In een studie van het WTCB komt men uit op een gemiddeld K-peil van K77 voor ééngezinswoningen en K63 voor appartementen.
    Men kan dus stellen dat de betrokkenen (bouwheren, architecten, bouwpromotoren,...) blijkbaar nog niet volledig overtuigd zijn van het belang van warmte-isolatie.
  • De belangrijkste reden is zonder enige twijfel het financiële aspect. Het isoleren van een woning brengt op korte termijn extra kosten met zich mee. Het al dan niet aanbrengen van de isolatie wordt in vele gevallen bepaald door het feit of deze meerkost binnen het "bouwbudget" van de bouwheer past.
  • Een aantal neveneffecten worden, volkomen onterecht, aan het aanbrengen van isolatie toegeschreven : isolatiematerialen scheiden giftige dampen af, zijn zeer brandbaar en verliezen na verloop van tijd hun isolerende capaciteit. Bovendien worden isolatiewerken vaak geassocieerd met vocht- en schimmelproblemen alhoewel deze laatste meestal te wijten zijn aan een slechte uitvoering en een gebrek aan ventilatie.
  • Aan de controle werd in het verleden weinig aandacht besteed, waardoor de huidige reglementering in vele gevallen wordt afgehandeld als een louter administratieve formaliteit.
    Daarom werd door de administratie een project opgestart dat gericht is op een versterking van de controle, alsook het ter plaatse opsporen van overtredingen en vaststellen door middel van een proces-verbaal.
  • Sinds 1 januari 1997 worden er ongeveer 25 controles per maand ter plaatse op de bouwwerven uitgevoerd. Bleek dat 47 van de 218 gecontroleerde woningen (22 %) niet voldeden aan de K55-norm. Er werden 192 administratieve dossiers opgesteld omdat de gegevens op het isolatieformulier niet voldeden aan de opgelegde norm of niet in overeenstemming waren met de gegevens van de bouwplannen.
  • De manier waarop de isolatie in de praktijk wordt aangebracht wil nog wel eens afwijken van de ´ideale´ voorschriften. Slechte voegen of isolatieplaten die aan de randen niet precies aansluiten kunnen een groot verschil maken.
    Steekproeven toonden eveneens aan dat het aantal belangrijke koudebruggen nog schrikwekkend hoog ligt.
  • Het veralgemeend gebruik van hoogrendementsglas in de woningsector zou de jaarlijkse totale CO2-uitstoot met slechts 3 % kunnen verminderen. Deze meerkost voor de bouwheer zou hij wel eens ergens anders compenseren, bijvoorbeeld in de isolatie van zijn dak of zijn vloer waardoor het energiebesparingseffect volledig verloren gaat.
    Bovendien is het streven naar een verlaging van de k-waarde van beglazing prijs/kwalitatief-gezien de minst efficiënte. (terugbetaalperiode bijna 15 jaar) Met dezelfde meerinvestering in extra isolatie voor bijvoorbeeld dak of muur kan een grotere verlaging van de K-waarde worden bekomen. Alles hangt wel af van het percentage glas in de buitenmuren.

Het SENVIVV-project.

De studie SENVIVV (Studie over de Energieaspecten van Nieuwbouwwoningen in Vlaanderen ; Isolatie, Ventilatie, Verwarming) was bedoeld om een representatief beeld te bekomen van de karakteristieken die de recente woningbouw in Vlaanderen vertoont op energetisch vlak.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) en door het Hoger Architectuurinstituut Sint Lucas te Gent (Hogeschool voor Wetenschap en Kunst).
Een representatieve selectie van 200 woongelegenheden wordt gebruikt als basis voor de studie.

A priori werd een verdeling vooropgesteld van 50 woningen van voor de isolatiewetgeving, 50 woningen uit de periode 1.9.1992-31.8.1993 (K65) en 100 woningen die in principe moeten voldoen aan de eis K55.

  • Er worden zeer uiteenlopende waarden vastgesteld : van K48 tot K158.
    Voor appartementsgebouwen is er wel een neerwaartse tendens waar te nemen, van gemiddeld K72 vóór tot K68 na invoering van de reglementering.
    30 % van de woningen voldoen aan de K65-eis, slechts 9 % voldoet aan de K55-eis.
  • De K55 kan volgens de studie niet echt als een moeilijk haalbare eis beschouwd worden.
  • De glasoppervlakte is de factor die het K-peil het sterkst beïnvloedt.
    Praktisch alle vensters voldoen aan de eisen inzake de k-waarde (3,5).
  • Buitenmuren en daken worden over het algemeen veel beter geïsoleerd dan vloeren.
    Praktisch alle hellende daken voldoen aan de opgelegde maximale k-waarde. De isolatie varieert tussen de 6 en de 18 cm.
  • Vloeren worden niet naar behoren geïsoleerd (isolatie is zelden dikker dan 6 cm) en voldoen slechts voor gemiddeld 25 % aan de opgelegde k-waarde.
    Indien alle vloeren naar behoren zouden geïsoleerd worden conform de opgelegde maximale k-waarde, zou het aantal woningen dat voldoet aan de K55-eis stijgen van 9 % naar 41 %.

Nut van het uitbouwen van de isolatiereglementering tot een adequaat beleidsinstrument

In een land met ons klimaat wordt ongeveer 80 % van het totaal energieverbruik voor huishoudelijk verbruik besteed aan het verwarmen van de woning.
Het beter isoleren van de woning kan een immens verschil maken op onze energierekening, op een relatief pijnloze manier. Onze levensstijl hoeven we geenszins aan te passen. Bij een huis dat nu gebouwd wordt, ontsnapt er drie tot vier keer minder warmte doorheen de wanden dan bij een typisch huis van voor de energiecrisis. Uit wetenschappelijke studies blijkt dat het aanbrengen van warmte-isolatie in een woning veruit de meest efficiënte maatregel is en de belangrijkste besparing voor het huishoudbudget oplevert. Bij een strenge winter zien heel wat huishoudens dit in, en wordt er massaal isolatie (bij)geplaatst. Er is dus een groeiend bewustzijn over de financiële voordelen van een goed geïsoleerde woning.

De nieuwe EPB-regelgeving (vanaf 2006)

Sinds 1 januari 2006 is in Vlaanderen een nieuwe energieprestatieregelgeving van kracht, gestuurd door het Europese Kyoto-protocol (doel : reductie van broeikasgasemissie). Isolatie, ventilatie en andere parameters om het binnenklimaat beter te beheersen, werden opgenomen in deze nieuwe regelgeving. Vandaar de afkorting EPB, welke staat voor Energie Prestatie en Binnenklimaat.

Deze EPB-regelgeving is van toepassing voor alle werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning is vereist, zowel in nieuwbouw als belangrijke verbouwingswerken. De nieuwe regelgeving vervangt de vorige isolatieregelgeving (K55-norm) en is zowel qua toepassingsgebied als eisenpakket een stuk uitgebreider.

De EPB-eisen laten zich gelden op vlak van de thermische isolatie (K-peil), de energieprestatie (E-peil) en het binnenklimaat (ventilatie). Wat betreft thermische isolatie worden de eisen steeds strenger :

  • wat betreft energieverbruik : E-peil E100 (2006) naar E80 (2010) naar E70 (2012) naar E60 (2014) om in 2020 te landen op E30.
  • het globale maximale K-peil daalt van K55 naar K45 (vanaf 1/1/2012 K40)
  • er worden voor de diverse scheidingsconstructies (vloeren, muren, daken) maximale U-waarden of minimale R-waarden vooropgesteld.

De EPB-regelgeving is niet meer dan een vertaling van Europese normen voor isolatie en ventilatie, waarbij echter ook o.a. maatregelen tegen oververhitting genomen dienen te worden.

De Vlaamse overheid heeft een officieel softwarepakket ontworpen (EPB-software) waarmee het E-peil en K-peil van de woningen berekend moet worden.
Door het opmaken van een EPB-aangifte en een energieprestatiecertificaat zal na de oplevering van de werken bewezen moeten worden dat er aan de nieuwe wetgeving wordt voldaan.

Gezien onze ervaring, begeleiden wij u graag in de productkeuze binnen ons gamma en de eisen om aan de normen te kunnen voldoen. Voor de specifieke eisen van de EPB-regelgeving verwijzen wij u graag naar www.energiesparen.be - energieprestatieregelgeving.

Zie ook EPB-conform isoleren van vloeren en platte daken met Perliton isolatiemortel

Het EPC (energieprestatiecertificaat; vanaf 2008)

Het Energieprestatiecertificaat (kortweg EPC) is een certificaat/label waarbij het E-peil van een gebouw in kaart wordt gebracht. Net als bij huishoudtoestellen wordt een energielabel toegekend aan een gebouw na een energie-audit. De score zal de waarde van de woning beïnvloeden eens ze kan worden vergeleken met voldoende andere woningen die te huur of te koop worden aangeboden, en zal de kandidaat kopers/huurders informeren over de energetische kwaliteiten van het gebouw. Het EPC is daarom een verplicht document geworden bij de verkoop sedert 1/11/2008 of bij verhuur (vanaf 1/1/2009) van een woning. In de loop van 2009 volgen ook alle andere niet residentiële gebouwen.

De nieuwe akoestische norm (vanaf 2008)

In onze steeds drukkere samenleving gaan we op zoek naar rustpunten. Steeds meer mensen vinden een rustige leefomgeving waar men even op adem kan komen van primordiaal belang. Akoestisch comfort kan enkel bereikt worden door op een verantwoorde manier van bij het ontwerp van een gebouw rekening te houden met de wensen van de latere gebruikers. Een beperkte meerkost, vereist om deze visie in realiteit om te zetten, kan later veel frustraties vermijden.
Een nieuwe norm drong zich op omwille van de toegenomen geluidsbelasting en het feit dat bewoners kritischer worden omtrent geluidsisolatie. Bovendien was er een harmonisatie met de Europese regelgeving nodig.

De nieuwe akoestische norm bepaalt de vereisten waaraan afgewerkte gebouwen moeten voldoen op het vlak van lucht- en contactgeluidsisolatie, gevelisolatie, lawaai van de technische uitrustingen en nagalmbeheersing. De voorschriften uit de nieuwe norm vervangen deze uit de oude normen NBN S 01-400 en S 01-401.

In de oude norm werden een aantal aanbevolen categorieën vooropgesteld, waarin een constructie-onderdeel van een gebouw naargelang zijn akoestische prestatie werd ingedeeld. De nieuwe norm maakt een onderscheid tussen twee akoestische comfortniveau’s : normaal comfort (70% gebruikerstevredenheid) en verhoogd comfort (90% gebruikerstevredenheid). Bouwpromotoren kunnen mits een aangepast ontwerp en door voldoende overleg met een beperkte meerkost het comfortlabel "verhoogd comfort" bereiken, wat hun gebouw een onmiskenbaar waardevoordeel oplevert.

Belangrijk in de optiek van de nieuwe norm is dat reeds in ontwerpfase het te behalen niveau van akoestisch comfort vastgelegd dient te worden. Ontwerp, uitvoeringswijze en detaillering zijn nl. van groot belang m.b.t. het te behalen resultaat.

Wat betreft contactgeluidsisolatie worden nieuwe eisen gesteld aan het contactgeluidniveau L’nT,w :

  • L’nT,w £ 58 dB (normaal comfort)
  • L’nT,w £ 54 dB (normaal comfort voor slaapkamers)
  • L’nT,w £ 50 dB (verhoogd comfort)

Voor zwevende dekvloeren is de nieuwe norm zo opgevat dat men aan de hand van een aantal parameters kan bepalen welke contactgeluidniveaureductie (DLw) nodig is om te voldoen aan de eis L’nT,w < 58, 54 of 50 dB. De parameters die gekend moeten zijn om DLw te kunnen bepalen zijn de massa van de flankerende wanden en de massa van de basisvloer. Op basis hiervan kan men DLw in gebruikerstabellen gaan aflezen, afhankelijk van het vereiste comfortniveau. Een correctiefactor m.b.t. het volume van de ontvangstruimten dient nog ingerekend te worden. Aan de hand van de bekomen DLw-waarde kan men de in aanmerking komende akoestische isolatie-materialen selecteren.

Merk op : geen zwevende dekvloer = slechte contactgeluidsisolatie.

© 2003-2014 - Isolatie Verhoeven nv

webdesign: highgate ´57


Laatste aanpassing op Thursday, October 22, 2015