De contactgeluidsisolatie van de vloeren zal verwezenlijkt worden door het plaatsen van een laag rubberkorrels en rubbervezels, gemengd en gebonden tot een homogene massa met een lijm.
De isolatie wordt geplaatst op een propere ondervloer in een dikte van 2 cm. De isolatie wordt aan de zijkanten omhooggetrokken tot op de hoogte van de plint ofwel wordt een elastische randstrook tegen de muren geplaatst. Deze plaatsingswijze garandeert een perfecte vlottende vloer en verhindert de contactgeluiden tussen de verdiepingen.
Op Isoflor dient een gewapende chape (aanbevolen dikte min. 6 cm) geplaatst te worden.
Vóór het plaatsen van de chape dient een plasticfolie geplaatst te worden, om indringen van chape in de Isoflor te vermijden.
Eigenschappen Isoflor contactgeluidsisolatie :
Volumemassa : 500 kg/m³ + 5%
Warmtegeleidingscoëfficiënt l : 0,083 W/mK + 10%
Dynamische stijfheid : 21 MN/m³
Drukspanning s10 : 0,036 N/mm² (=36,0 kPa)
Elasticiteitsmodulus : 0,0202 N/mm² (=20,2 kPa)
Akoestische verbetering : DLw 26 dB, contactgeluidsisolatie klasse Ia
Aanbevolen droogtijd tussen Isoflor en chape : 2 dagen
Om een degelijke akoestische isolatie te bekomen, dienen alle leidingen in de akoestische isolatie ingekleed te worden. Bij uitgebreide leidingpakketten of kanalen kan het daarom nodig zijn vooraf te gaan uitvullen met een lichte (isolerende) mortel.
Contactpunten moeten ten allen prijze vermeden worden, aangezien deze het resultaat uiterst negatief beïnvloeden.
Aangezien de EPB-regelgeving voor woningscheidende verdiepingsvloeren ook thermische eisen oplegt, kan men dadelijk gebruik maken van een thermische uitvullaag (PERLITON)